|
|
Actualiteiten
De tarieven 2008 voor de inkomstenbelasting/loonbelasting
Tot de leeftijd van 65 jaar is;
• de eerste schijf 33,6%,
• de tweede schijf 41,85%,
• de derde schijf 42% en
• de vierde schijf 52%.
Voor 65 jaar en ouder is;
• de eerste schijf 15,7%,
• de tweede schijf 23,95%,
• de derde schijf 42% en
• de vierde schijf 52%.
Eindejaarstips 2008
Voor particulieren
- Schenkingsvrijstellingen 2007
Heeft u de belastingvrije schenkingen aan kinderen, kleinkinderen en goede doelen al benut? De bedragen voor 2007 zijn als volgt:
o jaarlijkse schenking aan kinderen: maximaal EUR 4.412,- per kind;
o eenmalige schenking aan kinderen (of hun huwelijkspartner, of hun geregistreerde partner): maximaal EUR 22.048,- per kind. Het kind moet tussen de 18 en 35 jaar oud zijn, en vóór 1 maart 2007 moet er een schenkingsaangifte worden ingediend (waarin een beroep wordt gedaan op de vrijstelling);
o schenking door grootouders: maximaal EUR 2.648, per kleinkind per kalenderjaar (voorheen was dit per twee jaar).
U mag natuurlijk altijd meer schenken dan de bovengenoemde bedragen, maar over het meerdere moet de begunstigde dan wel schenkingsrecht betalen.
Let op: schenkingen aan goede doelen (kerkelijke instellingen, charitatieve instellingen, etc.) zijn met ingang van 2007 geheel vrijgesteld van schenkingsrecht.
- Persoonsgebonden aftrek
De persoonsgebonden aftrek, waaronder giften, alimentatie, ziektekosten en
scholingsuitgaven, komt in mindering op het inkomen in box 1. Een eventueel
restant is aftrekbaar van inkomen in box 3 (tarief 30%) en vervolgens van inkomen
in box 2 (tarief 25%; in 2007 geldt eenmalig het tarief van 22% voor het inkomen
uit aanmerkelijk belang tot en met € 250.000). Stem uw inkomen en aftrek zo veel
mogelijk op elkaar af.
- Betalingsmoment
Doet u aan het einde van het jaar nog betalingen, houdt dan rekening met het
betalingsmoment. Meestal geldt dat een betaling is gedaan op het moment
waarop deze is bijgeschreven op de rekening van de ontvangende partij. Voor de
inkomsten-belasting heeft de Hoge Raad echter uitgemaakt dat de betaling van
aftrekbare bedragen heeft plaatsgevonden op de dag waarop de bank het bedrag
heeft afgeschreven van de rekening van de belastingplichtige.
Voor onder meer de resultaten uit overige werkzaamheden, waaronder ook de
terbeschikkingstellingsregeling (zie onderdeel 1.13), geldt daarentegen in beginsel
het winstregime. Daarbij worden inkomsten en uitgaven toegerekend aan de periode
waarop deze betrekking hebben. Het moment van betaling speelt dan geen rol.
- Toerekening inkomensbestanddelen bij partners
Sommige (negatieve) inkomensbestanddelen mogen willekeurig worden toegerekend
aan partners. De persoonsgebonden aftrek en de (meestal negatieve)
inkomsten uit de eigen woning zijn hiervan belangrijke voorbeelden. Stem dit af
op de niet-overdraagbare inkomensbestanddelen.
- Keuze partnerschap
Degene die niet is gehuwd of geen geregistreerd partnerschap is aangegaan, kan met
zijn partner jaarlijks kiezen voor fiscaal partnerschap. Dit kan voordelig of juist nadelig
zijn vanwege de effecten op aftrekmogelijkheden, drempels, toerekening van vermogen,
aanmerkelijk belang, e.d. De keuze kan ook gevolgen hebben voor de mogelijke
heffing van successierechten. Raadpleeg uw adviseur bij het maken van uw keuze.
- Planning ziektekosten
U kunt de persoonsgebonden uitgaven voor ziektekosten aftrekken voor zover die
boven een bepaalde drempel uitkomen. De standaardpremie voor de Zorgverzekeringswet,
verminderd met de per saldo daadwerkelijk ontvangen zorgtoeslag, telt mee voor
de persoonsgebonden uitgaven voor ziektekosten. De drempel is afhankelijk van het verzamelinkomen,
vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek, en bedraagt in 2007:
Verzamelinkomen
niet meer dan € 6.896: € 793
meer dan € 6.896: 11,5% van het verzamelinkomen
Als sprake is van fiscaal partnerschap, geldt het gezamenlijke verzamelinkomen en
wordt het verzamelinkomen van de eerste ‘tranche’ verhoogd tot € 13.792 en de
drempel tot € 1.586. Uit het Belastingplan 2008 valt op te maken dat de aftrek van ziektekosten de
komende jaren sterk wordt versoberd. Houdt u hiermee voor zover mogelijk rekening.
- Planning scholingsuitgaven
De persoonsgebonden uitgaven voor studie en opleiding met het oog op het
verwerven van inkomen uit werk en woning kunt u aftrekken, voor zover deze in
het kalenderjaar hoger zijn dan de vaste drempel van € 500. Voor de scholingsuitgaven
die zijn gedaan buiten de aan te geven maximale standaardstudieperiode
(voor voltijdstudies) geldt een jaarlijks aftrekplafond van € 15.000.
- Planning giften
Giften aan daarvoor kwalificerende instellingen, zoals goeddoelinstellingen, kunt u
aftrekken. De aftrek bedraagt maximaal 10% van het verzamelinkomen vóór
van de persoonsgebonden aftrek. De drempel bedraagt voor 2007 1% van het
verzamelinkomen vóór van de persoonsgebonden aftrek, met een minimum
van € 60. Stem uw giften af op de drempel en het maximum. Let op!
De goeddoelinstelling waaraan wordt geschonken, moet met ingang van 1 januari
2008 wel een door de Belastingdienst erkende algemeen nut beogende instelling
(ANBI) zijn, anders is aftrek niet mogelijk.
- Vervangen gewone giften door lijfrentegiften
De drempel en het maximum voor het aftrekken van giften gelden niet als de schenking
aan de instelling de vorm heeft van een periodieke uitkering met een looptijd van
ten minste vijf jaar. Dit moet zijn vastgelegd in een notariële akte. Let op! De goeddoelinstelling
waaraan wordt geschonken, moet met ingang van 1 januari 2008 wel
een door de Belastingdienst erkende ANBI zijn, anders is aftrek niet mogelijk.
- Monumentenwoning? Onderhoudskosten aftrekbaar!
Als u in een monumentenwoning woont die ook uw bezit is, kunt u de uitgaven
voor onderhoud, lasten en afschrijvingen aftrekken. Wanneer u zo’n woning bezit
maar deze niet als permanent hoofdverblijf gebruikt, kunt u alleen de onderhoudskosten
aftrekken. Voor beide gevallen geldt een aftrekdrempel. Voor de eigen woning
(uw hoofdverblijf) is de drempel 0,8% van de eigenwoningwaarde, maar ten minste
€ 100 en ten hoogste € 13.100. Voor een monumentenwoning die voor u geen eigen
woning is en dus wordt belast in box 3, is de drempel 4% van de waarde in het
economisch verkeer aan het begin van het kalenderjaar.
- Auto van de zaak
Indien u geen bijtelling wilt voor het privégebruik van de aan u ter beschikking
gestelde auto van de werkgever, moet uw kilometeradministratie op orde zijn.
Desgewenst kunnen wij u daarvan een voorbeeld toezenden.
Bij privégebruik van de auto voor 500 kilometer of minder per kalenderjaar blijft de
bijtelling achterwege. Dit kan ook blijken uit een verklaring van de werkgever waarin
staat dat met de auto niet privé mag worden gereden, in combinatie met een
betrouwbare controle op het autogebruik door de werkgever. Beoordeel samen met
uw adviseur of naast de verklaring de overige formaliteiten in acht zijn genomen.
Is met uw werkgever afgesproken dat u bepaalde kosten zelf moet betalen, regel
het dan zo dat u deze kosten betaalt aan uw werkgever. Alleen de kosten voor het
privégebruik die u aan uw werkgever hebt betaald, komen in mindering op de bijtelling
voor het privégebruik van de auto. De werkgever kan eventueel zelf de
kosten die u bent verschuldigd voor privégebruik aan een derde betalen.
Op grond van het Belastingplan 2008 worden de regels voor de bijtelling wegens
privégebruik van de auto door werknemers en ondernemers per 1 januari 2008 aangepast.
Voor zeer zuinige auto’s gaat de bijtelling omlaag van ten minste 22% naar
14% van de cataloguswaarde. Voor de overige auto’s gaat een bijtellingspercentage
gelden van ten minste 25. U kunt hier wellicht rekening mee houden als u op het
punt staat een nieuwe (lease)auto uit te kiezen of aan te schaffen.
- Verklaring geen privégebruik auto
Indien u 500 kilometer of minder in privé gebruikmaakt van de aan u ter beschikking
gestelde auto van de werkgever kunt u vanaf 2006 de Belastingdienst verzoeken om
afgifte van een verklaring geen privégebruik. Na overlegging van deze verklaring aan
uw werkgever, hoeft de werkgever geen loonheffingen in te houden op de ter beschikking
gestelde auto. Zodra u constateert dat u in het kalenderjaar meer dan 500 kilometer
privé zult gaan rijden, doet u er verstandig aan dit direct te melden aan de
Belastingdienst. De Belastingdienst zal de verklaring geen privégebruik dan intrekken.
Over de periode dat bij u door uw werkgever ten onrechte geen loonheffing is ingehouden
voor het privégebruik van de auto, zal de Belastingdienst aan u (en niet aan
uw werkgever) een naheffingsaanslag loonheffing opleggen (inclusief boete en heffingsrente).
Controleer uw kilometeradministratie op onvolkomenheden. Als u nalatig
bent in het melden van het hogere privégebruik zal dit, afhankelijk van het geval, van
invloed zijn op de hoogte van de boete die de Belastingdienst aan u oplegt.
De Belastingdienst stuurt een standaardbrief naar iedere werknemer die een 'verklaring
geen privé-gebruik' voor de auto van de zaak heeft aangevraagd. In de brief
vraagt de Belastingdienst om materiaal ter onderbouwing van de verklaring dat met
de auto van de zaak op jaarbasis minder dan 500 kilometer in privé wordt gereden.
- Terbeschikkingstellingsregeling (box 1)
Als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden wordt aangemerkt het ter
beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan:
• de onderneming of werkzaamheid van een verbonden persoon;
• de eigen aanmerkelijkbelangvennootschap of de aanmerkelijkbelangvennootschap
van een verbonden persoon.
Ga na of een dergelijke relatie in 2007 bestaat of heeft bestaan. Denk daarbij ook
aan rekening-courantverhoudingen, optierechten of het verhuren of ter beschikking
stellen van een werkruimte in de eigen woning. Voor dit laatste geldt een speciale
regeling. Overleg met uw adviseur wat u eventueel moet doen.
- Aftrek lijfrente (jaarruimte en reserveringsruimte)
Bij een pensioentekort, bijvoorbeeld vanwege de fiscale bijtelling voor het privégebruik
van een auto van de zaak, kunt u de zogenoemde jaarruimte benutten tot in totaal
maximaal € 25.663 voor een lijfrentepremieaftrek. Daarnaast bestaat onder voorwaarden
de mogelijkheid om de in het verleden niet benutte aftrekruimte alsnog te gebruiken
tot maximaal € 6.492 (€ 12.823 voor 55-plussers) door middel van de zogenoemde
reserveringsruimte. Stel met uw adviseur de maximaal aftrekbare premie vast.
Premies zijn in beginsel alleen aftrekbaar in het jaar waarin deze zijn betaald. Premies
die u in de aangifte 2007 wilt aftrekken, kunnen worden betaald tot 1 april 2008.
- Extra vrijstelling in box 3?
U kunt een extra vrijstelling in box 3 creëren door (een deel van) uw vermogen maatschappelijk
te beleggen, zoals in groenfondsen of in sociaal-ethische of culturele
beleggingen. U kunt uw vermogen ook aanwenden als durfkapitaal (zogenoemde
tante-Agaathleningen). De vrijstelling kan oplopen tot maximaal € 106.842. Daarnaast
ontvangt u een extra heffingskorting, die kan oplopen tot maximaal € 1.390.
- Verlies op durfkapitaal
Hebt u meer dan twaalf maanden geleden een lening verstrekt aan een beginnende
ondernemer en is deze lening niet meer vatbaar voor verwezenlijking? Dan is zij
aftrekbaar op de kwijtscheldingsdatum of, als deze later ligt, op de dagtekening van
de beschikking van de Belastingdienst waarbij de oninbaarheid wordt vastgesteld.
Per beginnende ondernemer geldt een maximaal aftrekbaar bedrag van € 46.984.
- Verlaging grondslag box 3
U betaalt minder belasting als de grondslag van box 3 lager is. Dit kunt u beïnvloeden
door bijvoorbeeld uw belastingschulden voor 1 januari te betalen. U kunt ook
denken aan een schenking aan uw (klein)kinderen of de aankoop (en betaling!) van
een consumptiegoed (zoals een auto, schilderij of boot) voor het einde van het jaar.
- Spaarloon wel of niet deblokkeren
Voor geblokkeerd spaarloon bestaat een vrijstelling in box 3. Bij het deblokkeren van
het spaarloon 2003 tot en met 2006 vervalt deze vrijstelling. Wanneer gedeblokkeerd
spaarloon voor 31 december 2007 wordt teruggestort op de geblokkeerde rekening,
blijft de vrijstelling behouden. Wat in uw geval het voordeligste is, hangt mede af van
het rentepercentage dat u ontvangt op de geblokkeerde rekening.
- Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting
Hebt u meer dan twaalf maanden geleden een lening verstrekt aan een beginnende
ondernemer en is deze lening niet meer vatbaar voor verwezenlijking? Dan is zij
aftrekbaar op de kwijtscheldingsdatum of, als deze later ligt, op de dagtekening van
de beschikking van de Belastingdienst waarbij de oninbaarheid wordt vastgesteld.
Per beginnende ondernemer geldt een maximaal aftrekbaar bedrag van € 46.984.
- Toeslagen
Onder omstandigheden kunt u van de overheid een bijdrage ontvangen in de kosten
van kinderopvang, huur en premie van een zorgverzekering. Deze bijdrage vraagt u
aan bij de Belastingdienst. De eerste maandelijkse betaling ontvangt u in de regel
acht weken nadat de Belastingdienst uw aanvraag heeft gekregen. Voorwaarde hierbij
is dat u de aanvraag volledig en correct hebt ingevuld. Toeslagen over 2007 kunt
u nog aanvragen tot 1 april 2008. Als u over 2007 een toeslag ontvangt, zult u deze
automatisch ook ontvangen over 2008.
- Schenkingsvrijstelling
In 2007 zijn schenkingen door ouders aan kinderen tot een bedrag van € 4.412
belastingvrij. Voor kinderen van 18 tot en met 34 jaar geldt een eenmalige verhoogde
vrijstelling van € 22.048, mits u in de aangifte schenkingsrecht een beroep doet op
deze vrijstelling (en u nog niet eerder een beroep op deze vrijstelling hebt gedaan).
U moet deze aangifte indienen voor 1 maart 2008.
- Schenking onder schuldigerkenning
De schuldigerkenning uit vrijgevigheid is een wijze van vermogensoverheveling
waarbij de schenker niet de beschikkingsmacht over het vermogen verliest en waarbij
toch een successierechtelijk voordeel wordt behaald. Deze schuldigerkenning is
een vermogensbestanddeel van box 3. Hierbij vindt jaarlijks een rentebetaling over
de schuld plaats. De ontvangen en betaalde rente blijft fiscaal buiten beschouwing.
Let op: voor schenkingen onder schuldigerkenning verlangt de Belastingdienst een
notariële akte!
- Herbeoordeling testament/huwelijksgoederenregime
Het kan, ook fiscaal, nuttig zijn uw testament en/of huwelijksgoederenregime
dit jaar nog eens kritisch te (laten) bekijken. Dit is vooral van belang vanwege de
ingrijpende wijzigingen in het erfrecht die op 1 januari 2003 zijn ingegaan, of bij
veranderingen in uw persoonlijke omstandigheden.
- Huwelijkse voorwaarden met verrekenbeding
In veel huwelijkse voorwaarden waarin een verrekenbeding is opgenomen, is bepaald
dat jaarlijks een verrekening moet plaatsvinden. Als dit niet gebeurt, kan tussen de
echtgenoten een schuldvorderingverhouding ontstaan, zelfs als is opgenomen dat de
mogelijkheid tot verrekenen vervalt na een bepaalde termijn. Het niet verrekenen kan
ongewenste financiële gevolgen hebben. Indien u (nog) niet hebt verrekend, is het aan
te raden uw financiële positie in dit kader te (laten) beoordelen.
- Buitenlandse bronheffing op uitgekeerde dividenden
Ontvangt u dividend van buitenlandse ondernemingen, dan zal in de regel buitenlandse
dividendbelasting worden ingehouden. In bepaalde gevallen kan deze buitenlandse
dividendbelasting worden teruggevorderd. Let in dit verband op verjaring van
een eventueel vorderingsrecht. Dit kan per land verschillen. Neem hierover contact
op met uw bank of adviseur.
Voor ondernemers
- Optimaal gebruikmaken van investeringsaftrekken
Beoordeel of het wenselijk is te wachten met investeringen tot na 1 januari 2008.
Als tijdstip van investering geldt het moment waarop u de verplichtingen tot aanschaf
of verbetering van het bedrijfsmiddel aangaat.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Als u in 2007 investeert voor een bedrag van € 232.000 of minder, komt u in aanmerking
voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. De tabellen van deze investeringsaftrek
staan in de Pro Memorie van januari 2007 (zie www.meijburg.nl/publicaties/
overige_publicaties/pro_memorie). Bij samenwerkingsverbanden worden de investeringen
samengeteld vóór van de aftrek per ondernemer.
Energie-investeringsaftrek
Het aftrekpercentage bedraagt 44. Op jaarbasis wordt per belastingplichtige ten
hoogste een bedrag van € 110.000.000 aan energie-investeringen in aanmerking
genomen. Bij samenwerkingsverbanden wordt dit maximum naar ieders aandeel
toegepast op de afzonderlijke ondernemers.
Milieu-investeringsaftrek
Voor deze aftrek geldt geen investeringsplafond. De aftrek is afhankelijk van de categorie
waarin de investering wordt ingedeeld. Het aftrekpercentage bedraagt 15, 30 of 40.
- Herinvesteringsreserve
Bij vervreemding van een bedrijfsmiddel kan de vervreemdingswinst buiten de
belastingheffing blijven door deze winst te reserveren in een herinvesteringsreserve.
Voorwaarde is dat u een voornemen tot herinvestering hebt en dat deze herinvestering
ook binnen drie jaar na het jaar van reserveren plaatsvindt. Ga na of er dit jaar
een herinvesteringstermijn verloopt en of tijdige herinvestering nog mogelijk is. Onder
bepaalde bijzondere omstandigheden kan de herinvesteringstermijn worden verlengd.
- Bespreken balans
Vaak is het wenselijk om voor het afsluiten van het boekjaar de balans en de winsten
verliesrekening in grote lijnen te bespreken met uw accountant en/of belastingadviseur.
Voorzieningen en waardering van balansposten kunnen dan aan de orde
komen.
Voor het vormen van een voorziening is het al voldoende dat de toekomstige uitgaven
hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan
voor de balansdatum, en dat er een redelijke mate van zekerheid bestaat
dat de uitgaven in de toekomst worden gedaan. Verder geldt dat de toekomstige uitgaven
moeten kunnen worden toegerekend aan het boekjaar. Neem contact op met
uw adviseur.
- Beperking fiscale afschrijving
Houdt u bij de vaststelling van de balans per 31 december 2007 rekening met de
wetswijzigingen die zich per 1 januari 2007 hebben voorgedaan op het gebied van
de fiscale afschrijvingen.
Voor onroerende zaken zullen de aard van het gebruik, de vaststelling van de WOZwaarde
en de invloed van de zogenoemde werktuigenvrijstelling bepalende factoren
zijn voor de hoogte van de fiscale afschrijving. Wij raden u sterk aan de ontvangen
WOZ-beschikking kritisch te beoordelen, al dan niet samen met uw adviseur.
Ook de fiscale afschrijving op andere bedrijfsmiddelen dan gebouwen is per 1 januari
2007 beperkt. Voor goodwill bedraagt de jaarlijkse afschrijving maximaal 10%, voor
de overige bedrijfsmiddelen 20% van de aanschafprijs. Voor bedrijfsmiddelen die al
ultimo 2006 in gebruik zijn genomen, geldt een overgangsregeling. Ga na of afwaardering
tot op lagere bedrijfswaarde van een bedrijfsmiddel nu nog mogelijk is.
Afschrijven tot op lagere bedrijfswaarde is in 2007 niet in aftrek beperkt.
- Willekeurige afschrijving
Ga na of u optimaal gebruikmaakt van willekeurige afschrijvingen. Denk hierbij onder
andere aan:
• VAMIL (op milieu-investeringen);
• investeringen door bepaalde groepen (startende ondernemers en ondernemingen
die zeeschepen exploiteren);
• bepaalde activiteiten in de filmindustrie.
Gezien de afschrijvingsbeperkingen die per 1 januari 2007 zijn ingevoerd (zie onderdeel
2.4) kan het extra interessant zijn de fiscale faciliteiten van de willekeurige
afschrijving optimaal te benutten.
- Uitstellen desinvesteringen in verband met desinvesteringsbijtelling
Voor bedrijfsmiddelen waarvoor u bij aanschaf een investeringsaftrek (kleinschaligheid,
energie of milieu) hebt ontvangen, geldt een desinvesteringsbijtelling als u
deze bedrijfsmiddelen verkoopt binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar
waarin de aftrek plaatsvond. De desinvesteringsbijtelling geldt ook als u iets doet
wat gelijk te stellen is met verkoop. Om zo’n bijtelling te voorkomen, is het in
bepaalde gevallen beter niet in 2007 te desinvesteren maar in januari 2008.
- Zeescheepvaartwinst, tonnagebelasting
Als u in 2007 voor het eerst zeescheepvaartwinst geniet en u wilt gebruikmaken van
de belastingheffing op tonnagegrondslag, moet u daartoe in 2007 een verzoek indienen
per onderneming. U moet daar dus niet mee wachten tot de aangifte over 2007.
- Afdrachtvermindering loonheffing
Ga na of u in 2007 optimaal gebruik hebt gemaakt van de diverse afdrachtverminderingen
in de loonbelasting/premies volksverzekeringen. Denk hierbij onder andere aan:
• werknemers die onderwijs/stages volgen;
• zeevarende werknemers op een schip onder de Nederlandse vlag;
• werknemers voor speur- en ontwikkelingswerk (WBSO; ook in andere EU-landen).
- Beoordelen pensioenrechten en VUT-rechten personeel (eventueel backservice)
Op pensioengebied hebben zich voorgaande jaren ingrijpende wetswijzigingen voorgedaan.
Ouderdomspensioenregelingen, overbruggingspensioenregelingen, VUTregelingen
en prepensioenregelingen moeten voldoen aan de eisen van de Wet
VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling en aan de Pensioenwet.
Toekennen of verhogen van pensioenrechten ten behoeve van werknemers kan leiden
tot een backservicelast die nog ten laste kan komen van de fiscale winst in 2007.
Stem met uw adviseur af of uw pensioenregeling hiervoor nog (fiscale) ruimte biedt.
- Geschenkenregeling loonbelasting
Indien u als werkgever uw werknemer fiscaal gefaciliteerd een geschenk wilt geven,
kunt u dit doen tot een bedrag van € 70. Hierover moet u als werkgever 20% eindheffing
toepassen. De geschenkenregeling is op een contante
betaling. Is de waarde hoger dan € 70, dan kunt u gebruikmaken van de regeling van
de kleine verstrekkingen, mits het totaal op jaarbasis niet een bedrag van € 272 te
boven gaat en het per verstrekking niet meer is dan € 136. Hierover moet u als
werkgever het tabeltarief als eindheffing toepassen. Raadpleeg uw adviseur.
- Producten uit eigen bedrijf
U kunt uw werknemers een vrije vergoeding of verstrekking geven van 20% van
de waarde in het economisch verkeer van producten uit eigen bedrijf met een
maximum van € 475 per kalenderjaar.
- Spaarloonregeling versus levensloopregeling
Ga na of optimaal gebruik is gemaakt van de spaarloonregeling voor werknemers.
Let op: u moet over het spaarloon een eindheffing van 25% toepassen. Onder
omstandigheden kan een directeur-grootaandeelhouder (dga) echter niet gebruikmaken
van de spaarloonregeling. Verder is per 1 januari 2006 de levensloopregeling
van kracht. Spaarloon- en levensloopregeling kunnen niet gelijktijdig worden toegepast.
Per jaar kan een keuze worden gemaakt voor een van de twee regelingen.
- Aanpassingen salarisadministratie per 1 januari 2008
Net als elk jaar moet u voor de eerste salarisrun van januari 2008 een aantal zaken
aanpassen: reis-, auto- en telefoonkostenvergoedingen, inhoudingen spaarregelingen
en overige inhoudingen, forfaits, enz.
- Fiscaal voordelig belonen van werknemers
Denk bij incentives aan personeel bijvoorbeeld eens aan:
• een onbelaste vergoeding of verstrekking van een mobiele telefoon (smartphone/
BlackBerry), internet, e.d. als het zakelijk gebruik meer dan 10% is (en dat is
vrijwel altijd het geval);
• een onbelaste vergoeding voor maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk
karakter (overwerk, koopavonden, uit eten met cliënten, maaltijden tijdens
cursussen en zakenreizen);
• een personeelsfeest of personeelsreis;
• een onbelaste verstrekking of vergoeding van een openbaarvervoerkaart die mede
wordt gebruikt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer;
• een abonnement voor bedrijfsfitness buiten werktijd;
• bij dreigende verkeershinder tijdens woon-werkverkeer door wegwerkzaamheden
gedurende zes maanden, naast een onbelaste reiskostenvergoeding, onbelast een
openbaarvervoerpas vergoeden of verstrekken (volgens het Belastingplan 2008
wordt deze termijn met ingang van 1 januari 2008 verlengd tot 24 maanden);
• het vergoeden van bijzondere ziektekosten. Dit zijn kosten die niet worden vergoed
op grond van de Zorgverzekeringswet, zoals kosten van gezinshulp, een gebitsrenovatie,
een bril, fysiotherapie en voorzieningen bij invaliditeit. Het jaar 2008 is
het laatste jaar waarover dergelijke kosten onbelast kunnen worden vergoed;
• een bijdrage aan de personeelsvereniging en aan de lief-en-leedpot of vergoedingen
van de desbetreffende contributies aan uw werknemers zijn onbelast. Dit geldt ook
voor contributies betaald aan beroepsverenigingen of vakbond. Deze vrijstelling
geldt niet als een dga en zijn partner de enige werknemers zijn.
- Fiscale eenheid loonbelasting
Voor vennootschappen binnen concern met werknemers in dienst is het mogelijk
zich aan te laten wijzen als samenhangende groep inhoudingsplichtigen (sgi's).
Voordeel hiervan is dat binnen concern werknemers kunnen worden verplaatst
zonder nieuwe vaststelling van de identiteit, zonder eerstedagsmelding en nieuwe
opgaaf gegevens loonheffingen en zonder gevolgen voor de spaarloonregeling en
de 30%-regeling. De desbetreffende vennootschappen kunnen in één bedrag de
loonheffingen betalen, maar moeten wel zelf aangifte doen.
- Bestelauto’s en uw personeel
Voor personeel dat bestelauto’s ook gebruikt voor privéritten geldt een fiscale bijtelling
in de loonbelasting volgens het autokostenforfait. De bijtelling bedraagt ten
minste 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) voor bestelauto’s tot en
met vijftien jaar oud. Om bijtelling te voorkomen, kunnen werknemer en werkgever
overeenkomen dat de werknemer de bestelauto niet privé mag gebruiken. De werkgever
moet het autogebruik controleren. Als sprake is van doorlopend afwisselend
gebruik en het privégebruik valt niet vast te stellen per werknemer, dan moet de
eindheffingsregeling worden toegepast. Bespreek met uw adviseur welke afspraken
u het beste kunt maken.
- Keuze auto zakelijk of privé
Indien u een auto zowel zakelijk als privé gebruikt, kunt u onder omstandigheden
kiezen om de auto als privé- of als ondernemingsvermogen aan te merken. Deze
'etiketteringskeuze' moet voor de inkomstenbelasting en de omzetbelasting afzonderlijk
worden gemaakt. In de afweging die aan deze keuze ten grondslag ligt, moet
rekening worden gehouden met factoren als privébijtelling, aftrek van omzetbelasting,
correctie omzetbelasting wegens privégebruik, gereden kilometers, brandstof
en verzekeringen.
- Doorbetaling werknemers
Met ingang van 1 januari 2004 moeten werkgevers twee jaar lang het loon doorbetalen
van zieke werknemers (maximaal 170% over twee jaar). Neem uw personeelsbestand
door om het (risico op) ziekteverzuim goed in kaart te brengen. Wellicht is
aanpassing van de aanpak van het ziekteverzuim binnen uw onderneming gewenst
en zijn andere of betere vastleggingen in het personeelsdossier noodzakelijk.
- Uitbreiding personeelsbestand
Denk bij het aannemen van nieuw personeel ook aan de zogenoemde 30%-regeling.
Hierdoor kan een deel van de arbeidsvergoeding effectief buiten de heffing van de
loon- en inkomstenbelasting blijven. De regeling is onder voorwaarden van
op werknemers uit het buitenland, maar ook op Nederlanders die weer naar
Nederland terugkeren. Raadpleeg uw adviseur.
- Eerstedagsmelding
Denkt u bij het aannemen van nieuw personeel ook aan de zogenoemde eerstedagsmelding.
In de Wet op de loonbelasting wordt ter versterking van de fiscale
rechtshandhaving ingevoerd de fictie, dat een werknemer van wie bij controle blijkt
dat hij ten onrechte niet is opgenomen in de loonadministratie of voor wie geen eerstedagsmelding
is gedaan, wordt geacht al ten minste zes maanden in dienstbetrekking
werkzaam te zijn tegen het loon op moment van ontdekking. Het gevolg van deze
fictie is dat naheffingsaanslagen kunnen worden opgelegd zonder nader bewijs voor
die zes maanden. Het is aan de werkgever om aan te tonen dat het dienstverband
korter heeft geduurd dan zes maanden of dat een lager loon is genoten. Ga na of de
regelgeving met betrekking tot de eerstedagsmelding goed wordt nageleefd.
- Uitzending personeel
Als een personeelslid is uitgezonden binnen Europa, kan het voorkomen dat deze
werknemer in twee landen is verzekerd voor de sociale verzekeringen. Door middel
van een E-101-verklaring kan de dubbele verzekeringsplicht worden voorkomen.
De verklaring dient voor de uitzending te worden aangevraagd en periodiek,
afhankelijk van de uitzendperiode, te worden verlengd.
- Laatste loonheffing aangifte 2007
Ga na of alle betalingen gedaan aan het personeel op een juiste wijze zijn verloond.
Denk hierbij ook aan de forfaitaire bijtellingen voor maaltijden, bestelauto, e.d.
- Laatste btw-aangifte 2007
In deze aangifte moet worden opgenomen:
• correctie btw privégebruik auto;
• correctie btw privégebruik gas, water, elektriciteit en warmte;
• correctie btw voor gebruik door ondernemer van tot het bedrijf behorende
goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik);
• correctie btw voor verrichten van diensten door de ondernemer voor andere dan
bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik);
• correctie in het kader van de bedrijfskantineregeling;
• overige correcties op aftrek van voorbelasting over verstrekkingen aan het
personeel (loon in natura), relatiegeschenken, e.d.;
• herrekening van voorbelasting op goederen en diensten bij wijziging van
(voorgenomen) gebruik;
• herziening van voorbelasting op roerende/onroerende investeringsgoederen.
- Correcties op (eerdere) btw-aangiften 2007
Correcties in verband met te weinig aangegeven btw moet u bij voorkeur indienen
en betalen voor 1 april 2008, omdat dan geen heffingsrente is verschuldigd. U mag
de correcties niet verwerken in de laatste aangifte van 2007 of een van de (eerste)
aangiften over 2008, maar u moet deze melden in een aparte brief of via een formulier
Suppletie Omzetbelasting (te downloaden via www.belastingdienst.nl, zoekterm:
suppletie omzetbelasting). Bij 'grote correcties' is een boete verschuldigd.
- Vergoeding personeel (btw)
Een ondernemer geniet alleen aftrek van btw als de prestatie aan hem is verricht.
Het is daarom van belang dat het contract voor de desbetreffende aankoop en de
bijbehorende factuur op zijn naam staan. Dit speelt onder meer bij het vergoeden
van zakelijke uitgaven die de werknemer voor zijn werkgever doet. Om het recht op
aftrek van btw van de werkgever te behouden, moeten contract en factuur op naam
van de werkgever zijn gesteld. Als de werknemer de betrokken inkopen (deels)
gebruikt voor privédoeleinden, is in zoverre sprake van loon in natura en kan een
btw-correctie nodig zijn. Neem in dit geval contact op met uw adviseur. Niet alle btw
op te vergoeden kosten is aftrekbaar. Zo stelt de Belastingdienst zich op het standpunt
dat voor de vaste telefoon bij de werknemer thuis in principe geen
btw-aftrek mogelijk is.
- Managementvergoeding (btw)
Een ondernemer mag in beginsel alleen btw aftrekken indien hij activiteiten verricht
die met btw zijn belast. Een vennootschap die alleen managementdiensten verleent
aan bijvoorbeeld dochtermaatschappijen zonder hiervoor een vergoeding te bedingen,
is geen btw-ondernemer. In dat geval bestaat geen recht op btw-aftrek. Ontvangt
een dergelijke vennootschap in de toekomst een vergoeding voor haar managementwerkzaamheden,
dan bestaat in beginsel wel recht op aftrek van btw (bijvoorbeeld
bij accountantswerkzaamheden of adviesdiensten).
- Dga en btw
In 2002 heeft de Hoge Raad beslist dat een dga als btw-ondernemer kwalificeert als
hij activiteiten tegen vergoeding verricht ten behoeve van de vennootschap waarin
hij direct meer dan 50% van de aandelen houdt. Als gevolg van deze beslissing is in
veel gevallen btw verschuldigd over het salaris en kostenvergoedingen die vanuit de
vennootschap werden ontvangen. In bepaalde gevallen kan dit worden opgelost
door een fiscale eenheid aan te gaan met de vennootschap.
Op 18 oktober 2007 heeft het Europese Hof van Justitie een arrest gewezen
waaruit volgt dat de dga niet kwalificeert als btw-ondernemer. Als gevolg van deze
beslissing zullen (veel) dga's voortaan niet meer als btw-ondernemer kwalificeren.
Dit heeft gevolgen voor onder andere het recht op aftrek van voorbelasting (zowel
naar de toekomst toe als voor de instandhouding van genoten aftrek in het verleden),
vermogensetikettering en de hoofdelijke aansprakelijkheid.
Op dit moment is nog geen duidelijkheid op welke manier de overheid met de consequenties
zal omgaan. Tip is dan ook het nieuws nauwlettend te volgen op dit gebied
en zonodig bezwaren aantekenen ter behoud van rechten. Overleg met uw adviseur.
- Einde fiscale eenheid btw
Als u tot de conclusie komt dat een fiscale eenheid voor de btw niet meer bestaat,
moet u dit zo spoedig mogelijk schriftelijk melden aan de Belastingdienst. Dit om
te voorkomen dat bepaalde ondernemingen aansprakelijk worden gesteld voor de
omzetbelastingschuld van de fiscale eenheid die eigenlijk al niet meer bestaat.
- Annuleringskosten als onbelaste schadevergoeding voor de btw
Uit recente jurisprudentie valt op te maken dat annuleringskosten als onbelaste
schadevergoeding voor de btw zijn aan te merken. Indien u veel particulieren of
niet-aftrekgerechtigde ondernemers als klant hebt aan wie u annuleringskosten in
rekening brengt, adviseren wij u (in overleg met uw adviseur) na te gaan of de
annuleringsbepalingen op basis van deze jurisprudentie kunnen worden aangemerkt
als een onbelaste schadevergoeding. Daarnaast kan van het arrest voordelen
opleveren als u zowel vrijgestelde als belaste omzet hebt (bijvoorbeeld
stichtingen, makelaars, e.d.).
- Factuurvereisten (btw)
Om recht op aftrek van voorbelasting te hebben, moet de factuur waarop die voorbelasting
is vermeld voldoen aan bepaalde (wettelijke) eisen. Dit betreft onder meer
de vermelding van alle van zijnde tarieven en eventuele vrijstellingen
op de factuur. Het is dus belangrijk dat u juiste facturen uitreikt, maar ook dat u
inkomende facturen goed controleert voordat u deze accepteert. Anders loopt u
het risico dat de Belastingdienst de door u gevraagde vooraftrek weigert.
Correctie van onjuiste facturen is aan voorwaarden gebonden.
- Voorlopige aanslag 2007
Als uw resultaat over 2007 achterblijft bij uw prognose, kan uw voorlopige aanslag te
hoog zijn. Maak tijdig bezwaar, waarbij u verzoekt om een verlaging van de voorlopige
aanslag. Daarnaast kan het wenselijk zijn bij een te verwachten hogere belastinglast
te verzoeken om een nadere voorlopige aanslag. In de regel is men heffingsrente
verschuldigd aan de Belastingdienst. Het percentage van de heffingsrente is in de
afgelopen jaren fors toegenomen en zal als een extra last worden ervaren, omdat
ook de periode waarover heffingsrente wordt berekend naar voren is gehaald.
- Subsidies
Beoordeel of u mogelijkheden hebt om (niet-)fiscale subsidies te verkrijgen. In veel
gevallen moet een eventuele aanvraag voor het einde van het boekjaar bij de desbetreffende
instantie binnen zijn. Ook kan het voorkomen dat bepaalde handelingen
(opdracht, aanbetaling en/of ingebruikname) nog dit jaar moeten plaatsvinden voor
het verwerven van een toekomstige subsidie. Raadpleeg uw adviseur hierover.
- Autokosten werknemers (btw)
Als de werkgever een auto van de zaak ter beschikking stelt aan zijn werknemer,
heeft de werkgever in principe recht op volledige btw-aftrek over de autokosten.
Aan het einde van het jaar moet de werkgever dan echter een btw-correctie aangeven
voor het privégebruik van de auto door de werknemer. Deze correctie is in
principe 12% x 25% van de cataloguswaarde inclusief btw. Heeft de werknemer
voor de loonbelasting geen bijtelling, dan mag de btw-correctie bij de werkgever
worden beperkt tot 12% x 10% van de cataloguswaarde inclusief btw. Gaat het
om een werknemer zonder vaste arbeidsplaats, zoals bouwvakkers, en wordt de
auto mede gebruikt voor privédoeleinden, dan kan de werkgever de btw-correctie
beperken tot 12% x 22% van de cataloguswaarde inclusief btw. Als u vanwege
specifieke omstandigheden de forfaitaire btw-correctie te hoog vindt, is het raadzaam
contact op te nemen met uw adviseur. De werkgever heeft nooit recht op
btw-aftrek over autokosten die hij aan een werknemer vergoedt vanwege zakelijk
gebruik van diens eigen auto.
Ondernemer eenmanszaak/vof/CV/ maatschap
- Begrip ondernemer
De Wet inkomstenbelasting 2001 verstaat onder een ondernemer de belastingplichtige:
• voor wiens rekening een onderneming wordt gedreven, en
• die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming,
dat wil zeggen die aansprakelijk is voor de zakelijke schulden van de onderneming.
Ga na of uw situatie voldoet aan deze criteria voor het fiscaal ondernemerschap en
bespreek met uw adviseur wat gewenst is.
- Toetsing meewerkaftrek of arbeidsbeloning voor meewerkende partner
De meewerkaftrek is, afhankelijk van het aantal meegewerkte uren, een bepaald
percentage van de winst. De meewerkaftrek kan alleen worden geclaimd als uw
partner zonder enige vergoeding meewerkt. Hebt u wel gekozen voor een arbeidsbeloning
van uw partner, dan komt die niet ten laste van de winst uit onderneming
als de vergoeding lager is dan € 5.000 op jaarbasis. Bij uw partner is de vergoeding
dan niet belast. Op grond van het Belastingplan 2008 komt met ingang van 1 januari
2008 de meewerkaftrek te vervallen. U kunt overwegen om per deze datum aan
uw meewerkende partner een arbeidsbeloning toe te kennen. Wellicht dat de
man-vrouwfirma tot de mogelijkheden behoort. Door verdeling van de winst kunnen
aanzienlijke progressievoordelen ontstaan en de partner kan onder voorwaarden
gebruikmaken van de ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, startersaftrek,
10% MKB-winstvrijstelling, dotatie aan de fiscale oudedagsreserve (FOR), stakingsaftrek,
etc.).
- Toetsing urencriterium voor zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek is afhankelijk van de winst in 2007. Van de in een kalenderjaar
totaal beschikbare tijd voor het verrichten van werkzaamheden moet 50% of meer
zijn besteed aan het drijven van een (of meer) onderneming(en), met een minimum
van 1.225 uren. Voldoet u niet aan dit urencriterium, dan hebt u geen recht op de
zelfstandigenaftrek en ook niet op de speur- en ontwikkelingsaftrek, de 10% MKBwinstvrijstelling,
de meewerkaftrek en de FOR. Bent u starter, dan geldt een verhoogde
zelfstandigenaftrek en is een tijdsbesteding van minimaal 1.225 uren ten
behoeve van de onderneming voldoende.
- Man-vrouwfirma
Als uw partner meewerkt, kunt u met uw partner een firma aangaan. De meewerkende
partner wordt dan ook zelfstandig ondernemer voor de inkomstenbelasting
en heeft daardoor recht op alle ondernemersfaciliteiten, zoals zelfstandigenaftrek,
10% MKB-winstvrijstelling en FOR, tenzij deze partner alleen ondersteunende
werkzaamheden verricht. Voorwaarde is dat een firmacontract wordt opgesteld
waarin voor de aanvangsdatum van de firma een terugwerkende kracht van maximaal
negen maanden kan worden opgenomen. Overleg met uw adviseur over het
(gewenste) effect.
- Verkoop zaak of omzetting in BV
Wanneer u overweegt uw zaak te verkopen of om te zetten in een bv, raden wij u
aan om voor het einde van het jaar te beoordelen of dit fiscaal is gewenst in 2007
of juist in 2008. Bij een verkoop van de onderneming kan de peildatum van 1 januari
2008 nog een rol spelen.
Op grond van het Belastingplan 2008 wordt het vanaf 1 januari 2008 voor ondernemers
makkelijker hun onderneming te staken en daarna een nieuwe onderneming
te starten. De huidige doorschuifregeling is beperkt tot een staking als gevolg van
overheidsingrijpen. De nieuwe regeling geldt voor alle gevallen waarin de ondernemer
zijn oude onderneming staakt en een nieuwe onderneming begint. De fiscale winst
behaald met de staking van de oude onderneming wordt fiscaal geruisloos doorgeschoven
naar de nieuwe. Dit leidt dus niet tot directe afrekening in de inkomstenbelasting.
Wellicht is het fiscaal voordeliger een voorgenomen staking van de
onderneming en de start van een nieuwe uit te stellen tot 2008.
- Kleine-ondernemersregeling in de btw
Als de btw die u over 2007 bent verschuldigd (na aftrek van voorbelasting) niet
hoger is dan € 1.883, komt u in aanmerking voor de kleine-ondernemersregeling.
Op grond van deze regeling hoeft u (een deel van) de verschuldigde btw in het
geheel niet aan de Belastingdienst te voldoen. Deze korting wordt dan wel
gerekend tot het inkomen in box 1 voor de inkomstenbelasting. Deze regeling
geldt alleen voor ondernemers/natuurlijke personen.
- Middeling 2005-2007
Het is onder bepaalde voorwaarden mogelijk uw belastbare inkomens in box 1 van
2005 tot en met 2007 te middelen waardoor u over deze jaren wellicht gemiddeld
minder belasting betaalt. Let op: de te middelen jaren mogen slechts eenmaal in de
middelingsberekening worden betrokken. Beoordeel zelf welke van de te middelen
jaren u een zo hoog mogelijke belastingteruggaaf oplevert. Mogelijk kunt u voorgaande
jaren nog middelen. Dit is afhankelijk van de dagtekening van de definitieve
aanslagen inkomstenbelasting over de desbetreffende jaren.
- Startende ondernemer
Voor startende ondernemers zijn er enkele specifieke zaken waarmee tegen
het einde van het kalenderjaar rekening kan/moet worden gehouden, zoals:
• willekeurige afschrijving voor startende ondernemers;
• afdekken van het risico van een nabestaandenpensioen;
• reserveren voor belastingbetalingen;
• denk ook aan urenregistratie in het kader van onder andere de zelfstandigenaftrek
en de 10% MKB-winstvrijstelling.
- VAR (Verklaring arbeidsrelatie)
De VAR geldt maximaal voor de periode van een kalenderjaar; vraag daarom tijdig
een nieuwe verklaring aan. Voor opdrachtgevers kunnen de rechtsgevolgen van een
VAR zich uitstrekken over een langere periode.
Om te zijn gevrijwaard van inhoudingsplicht moeten opdrachtgevers over een
afschrift van de VAR van de opdrachtnemer beschikken, de identiteit van de
opdrachtnemer vaststellen en een kopie van het identiteitsbewijs bewaren.
Ook zal de opdrachtgever zich ervan moeten vergewissen dat de uitgevoerde
werkzaamheden in lijn zijn met de werkzaamheden waarvoor de VAR is afgegeven.
- Btw-keuzevermogen
De btw-regelgeving maakt het mogelijk om een investeringsgoed, zoals een
vakantiewoning, geheel of gedeeltelijk als zakelijk of privé te bestemmen. Als
een vakantiewoning zowel zakelijk als privé wordt gebruikt, kan de woning volledig
zakelijk worden bestemd. Indien het zakelijk gebruik btw-belast is, kan de volledige
voordruk-btw in aftrek worden genomen en wordt het privégebruik gecorrigeerd.
Houdt u er rekening mee dat het etiketteren van het vermogen tot btw-ondernemingsvermogen
of privévermogen moet gebeuren op het tijdstip dat de eerste
investering wordt gedaan (bij panden dus meestal bij de aankoop van de ondergrond).
De etikettering van het vermogen voor de btw staat overigens los van de
etikettering van het vermogen voor de inkomstenbelasting. Om de btw-aftrek
voor het privégebruik te kunnen corrigeren, is een interne heffing ingevoerd op
een fictieve levering of dienst. Deze interne heffing is verschuldigd in de laatste
btw-aangifte van het kalenderjaar. De interne heffing heeft vooral betrekking op:
• het gebruik van tot de onderneming behorende goederen voor privédoeleinden
en andere doeleinden buiten de onderneming (bijvoorbeeld personeelsvoorzieningen,
bedrijfsmiddelen met zowel zakelijk gebruik als privégebruik of geschenken
aan derden);
• het gratis gebruikmaken van dienstverlening door de ondernemer voor privédoeleinden
en andere doeleinden buiten de onderneming.
De interne heffingen gelden vooralsnog niet als het BUA of de regeling voor btwcorrectie
op autokosten (zie onderdeel 2.33) van is.
- Voorkom verliesverdamping
Een verlies behaald in 2007 is alleen verrekenbaar met winsten behaald in 2004,
2005 en 2006 (carry-back) en de winsten behaald in de jaren 2008 tot en met 2016
(carry-forward). Daarna gaan deze verliezen verloren. Om deze verliesverdamping te
voorkomen, kunnen wellicht winsten naar voren worden gehaald door kosten en
lasten uit te stellen, voorzieningen vrij te laten vallen, e.d.
- Bedrijfsopvolging
In het kader van de (gedeeltelijke) bedrijfsopvolging en de estate planning kan het
schenken van (een deel van) uw IB-onderneming of pakket aandelen in uw bv aan
toekomstige erfgenamen fiscaal interessant zijn. De Successiewet kent hiervoor
namelijk onder bepaalde voorwaarden een aantal faciliteiten, waaronder een
vrijstelling van 75% en tien jaar (rentedragend) uitstel van belastingbetaling.
Bespreek dit eens met uw adviseur.
BV en NV
- Aanvragen fiscale eenheden die per 1 januari 2008 moeten ingaan
Fiscale eenheden voor de vennootschapsbelasting die per 1 januari 2008 moeten
ingaan, moeten zijn aangevraagd vóór 1 april 2008.
- Verbreken fiscale eenheid per 31 december 2007
Als het is gewenst om per 1 januari 2008 geen onderdeel meer te zijn van een
fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, moet het verzoek tot ontvoeging
uiterlijk op 31 december 2007 zijn ingediend. In bepaalde gevallen kan het voordelig
zijn een fiscale eenheid van meerdere winstgevende vennootschappen te beëindigen.
Op die manier kunnen de vennootschappen afzonderlijk gebruik maken van de
lagere MKB-tariefschijven in de vennootschapsbelasting (volgens het Belastingplan
2008 zijn de tarieven 2008: eerste schijf 20% tot en met € 40.000, tweede schijf
23% tot en met € 200.000, derde schijf 25,5%). Wel moet worden nagegaan of er
als gevolg van het verbreken van de fiscale eenheid geen fiscale sanctiebepalingen
in werking treden. Raadpleeg hierover uw adviseur.
- Fictief salaris, fictieve rente en fictieve huur
Iedere houder van een aanmerkelijk belang die voor zijn bv werkzaamheden verricht,
wordt geacht in 2007 een salaris te ontvangen uit zijn bv. De hoogte bedraagt in
2007 minimaal € 39.000, enkele zeer specifieke situaties uitgezonderd. Het is
verstandig overeenstemming te bereiken met de Belastingdienst over de hoogte
van uw (fictieve) salaris. Worden zaken verhuurd aan een vennootschap waarin u een
aanmerkelijk belang hebt, of hebt u geld geleend aan een dergelijke vennootschap?
U moet dan (fictief) een zakelijke huur of rente verantwoorden in uw aangifte als
resultaat uit overige werkzaamheden.
Als u fictief salaris, fictieve huur of fictieve rente ontvangt, dan kan de bv in beginsel
aanspraak maken op een corresponderende fiscale aftrekpost. Raadpleeg hierover
uw adviseur.
- Lenen uit uw BV
Als dga kunt u uw beleggingen financieren met een lening uit uw bv. Het lenen
moet gebeuren op zakelijke voorwaarden. Rendementen in privé zijn belast in
box 3 en de betaalde rente is geen aftrekpost voor de inkomstenbelasting.
- Rekening-courant aandeelhouder
Indien de dga een vordering heeft op zijn eigen bv, is de terbeschikkingstellingsregeling
van . In beginsel worden de voordelen belast in box 1. Een uitzondering
is gemaakt voor de situatie dat gedurende het kalenderjaar het saldo van
de rekening-courant niet hoger is geweest dan € 17.500, waarbij de bv tevens geen
rentekosten in aftrek brengt. Doet deze situatie zich bij u voor, bereken dan geen
rente want dat bespaart u een hoop administratieve rompslomp.
Hebt u als dga een structureel hoge rekening-courantschuld bij uw bv, dan loopt u
het risico dat de fiscus (een deel van) de schuld aanmerkt als een dividenduitkering
en een correctie aanbrengt, eventueel zelfs verhoogd met een boete. Maatregelen
om dit risico te verminderen zijn bijvoorbeeld het afsplitsen van bedragen die zijn
gebruikt voor verbouwing van de eigen woning (rente is aftrekbaar), aankoop van
effecten of andere grote privé-investeringen. U moet hiervan dan (zakelijke) leningsovereenkomsten
opstellen.
- Borgstellingsprovisie bedingen bij BV
Staat u als dga in privé borg voor een door de bank aan uw bv verstrekte lening, dan
moet u hiervoor een vergoeding bedingen bij uw bv. De bank kan u immers in privé
aanspreken om de schuld, inclusief rente, terug te betalen als de bv hiertoe niet in
staat is. Wij raden u aan een zakelijke borgstellingsprovisie bij uw bv in rekening te
brengen om te voorkomen dat de fiscus dit eventueel zelfs met boetes corrigeert.
De vergoeding voor de borgstelling wordt beschouwd als een voordeel volgens de
terbeschikkingstellingsregeling en belast als resultaat uit overige werkzaamheden in
box 1. De bv kan de vergoeding aftrekken.
- Voorkom verliesverdamping
Een verlies behaald in 2007 is alleen verrekenbaar met een winst behaald in 2006
(carry-back) en de winsten behaald in de jaren 2008 tot en met 2016 (carry-forward).
Daarna gaan deze verliezen verloren. Om deze verliesverdamping te voorkomen,
kunnen wellicht winsten naar voren worden gehaald door kosten en lasten uit te
stellen, voorzieningen vrij te laten vallen, e.d.
- Dividendbetaling aan dga nog in 2007
In 2007 is sprake van een tijdelijke verlaging van het aanmerkelijkbelangtarief voor de
duur van één jaar. Het tarief is tijdelijk verlaagd van 25% naar 22% voor het inkomen
uit aanmerkelijk belang tot een bedrag van € 250.000. Bent u van plan dividend uit
te keren, doe dit dan nog in 2007. U bespaart dan 3%. Als u het inkomen uit aanmerkelijk
belang in de aangifte inkomstenbelasting tussen u en uw fiscale partner
verdeelt, kunt u beiden gebruikmaken van het verlaagde tarief.
Houdt echter rekening met het feit dat de vennootschap 15% dividendbelasting
inhoudt op het uitbetaalde dividend, terwijl u uiteindelijk 22% of 25% inkomstenbelasting
verschuldigd bent over het ontvangen dividend. U zult dus het verschil op aanslag
moeten bijbetalen. Gezien het hoge heffingsrentepercentage dat de Belastingdienst
hanteert, raden wij u aan tijdig een voorlopige aanslag aan te vragen.
De tariefsverlaging in 2007 geldt ook wanneer u bijvoorbeeld uit successieoverwegingen
besluit nog in 2007 aandelen in uw bv te verkopen of te schenken aan
uw toekomstige erfgenamen.
- Pensioen voor uzelf, meewerkende echtgenoot, kinderen
Het toekennen of verhogen van pensioenrechten kan leiden tot een aftrekpost ten
laste van het resultaat van 2007. Zorg wel dat uw pensioenbrief voldoet aan alle
fiscale regels (zie onderdeel 2.9). Stem met uw adviseur af of uw pensioenbrief
hiervoor nog (fiscale) ruimte biedt.
Daarnaast kan het zinvol zijn de afweging tussen salaris en pensioenopbouw
enerzijds en dividenduitkeringen anderzijds opnieuw tegen het licht te houden.
- Hoge aftrekpost bv door inkoop pensioen
Wanneer u als dga in het verleden onvoldoende pensioen hebt opgebouwd voor
indiensttreding bij de eigen bv, dan kunt u dit herstellen door binnen de huidige
pensioenregeling bij de bv pensioen in te kopen. Dit is mogelijk voor dienstjaren
van voor 8 juli 1994 (na deze datum is waardeoverdracht van pensioen mogelijk).
Onlangs heeft de rechter een inkooplast met betrekking tot vijftien jaar diensttijd
toegestaan. Op deze manier kan een aanzienlijke aftrekpost ontstaan voor de bv.
- Pensioenwet: kies voor 1 januari 2008!
De per 1 januari 2007 in werking getreden Pensioenwet heeft ook gevolgen voor
dga’s die – naast de pensioenopbouw in eigen beheer – deelnemen in een collectieve
pensioenregeling die geldt voor de overige werknemers van de onderneming.
De Pensioenwet geldt niet voor dga’s. Hierdoor kan de dga niet langer deelnemen
in de collectieve pensioenregeling. Zijn collectieve pensioenaanspraken moeten
worden ondergebracht in een individuele externe pensioenverzekering, of in eigen
beheer. De dga die per 1 januari 2007 deelneemt aan een collectieve pensioenregeling
kan bij wijze van overgangsrecht tot 1 januari 2008 kiezen of hij aan de
collectieve regeling wil blijven deelnemen. Als hij kiest voor deze optie, wordt de
Pensioenwet op hem van verklaard (dit zorgt voor bescherming van de
pensioenaanspraken bij faillissement van het bedrijf). Een nadeel is dat hij het
ver-zekerde pensioenkapitaal nooit meer naar de eigen bv kan overdragen en dus
nooit meer binnen het bedrijf over het kapitaal kan beschikken. Wanneer u als dga
deelneemt aan de collectieve pensioenregeling van het bedrijf, maakt u dan uw
keuze voor 1 januari 2008.
- VAR-dga
De VAR-regeling (zie onderdeel 3.9) geldt ook voor een dga die werkzaamheden verricht
bij een opdrachtgever door middel van zijn vennootschap. De staatssecretaris
van Financiën heeft echter aangegeven dat de VAR-dga niet mag worden toegepast
in de arbeidsrelatie met de vennootschappen waarin de houder van de VAR-dga
onmiddellijk of middellijk aandelen bezit. Raadpleeg uw adviseur.
- Functionele valuta of de euro
Het is mogelijk aangifte vennootschapsbelasting te doen in een andere valuta dan
de euro. Om met ingang van 2008 gebruik te maken van deze mogelijkheid, moet
u voor 1 januari 2008 een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Hebt u eenmaal
gekozen voor het gebruik van de functionele valuta, dan geldt dit in beginsel voor
een periode van tien jaar.
- Terugkeer uit de BV
Bij het fiscaal geruisloos terugkeren uit een bv of nv naar een eenmanszaak of vof
kan een terugkeerreserve worden gevormd die in beginsel wordt verrekend bij het
te zijner tijd staken van de onderneming. Raadpleeg hierover tijdig uw adviseur.
- Thin capitalization
De thin capitalization-regels hebben tot doel de aftrek van rente te beperken als
sprake is van bovenmatige financiering met vreemd vermogen. Uitgangspunt is de
verhouding van het gemiddeld vreemd vermogen ten opzichte van het gemiddeld
eigen vermogen naar de stand aan het begin en einde van het jaar.
Nagegaan moet worden of de effecten van genomen en te nemen financieringsbeslissingen
voor de renteaftrek op uw vennootschap van toepassing zijn.
Raadpleeg tijdig uw adviseur.
- Transfer pricing (BV en NV)
De tarieven voor de vennootschapsbelasting zijn de afgelopen jaren in Nederland
voortdurend verlaagd. Indien u in meerdere landen ondernemingen heeft, kan een
wijziging in de allocatie van bepaalde bedrijfsprocessen leiden tot een wijziging in de
onderling te hanteren verrekenprijzen. De geconstateerde tariefsverlaging en een
eventuele wijziging in de allocatie van bedrijfsprocessen kan voor een in internationaal
verband opererende groep van vennootschappen een interessante ontwikkeling
zijn in het kader van internationale tax planning. Bespreek dit eens met uw adviseur.
- Verliesverrekening
Als sprake is van een zuivere holdingmaatschappij kan het gewenst zijn deze
vennootschap op te nemen in een fiscale eenheid of binnen deze vennootschap
activiteiten te ontwikkelen. Een en ander hangt samen met een beperking in de
verrekening van houdsterverliezen. Raadpleeg tijdig uw adviseur.
- Octrooibox
U kunt voor inkomsten uit zelfontwikkelde immateriële activa waarvoor octrooi of
kwekersrecht is verleend, gebruikmaken van een verlaagd tarief van circa 10%.
Ook in het buitenland ontwikkelde of gepatenteerde activa kunnen kwalificeren
voor deze zogenoemde octrooibox. Bereken zelf of samen met uw adviseur of het
voor u fiscaal voordelig is om het octrooi onder te brengen in de octrooibox, zodat
het lage tarief van 10% van is.
- Deelnemingsvrijstelling
Met ingang van 1 januari 2007 is de deelnemingsvrijstelling ingrijpend gewijzigd.
De deelnemingsvrijstelling is in beginsel van op belangen van 5% of
meer in het nominale gestorte kapitaal van een vennootschap. Raadpleeg uw
adviseur bij het maken van beslissingen in het kader van herstructureringen en
de aankoop van deelnemingen.
- Vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi)
Op 1 augustus 2007 is de Wet vrijgestelde beleggingsinstellingen in werking
getreden, met als hoofdkenmerken een vrijstelling van vennootschapsbelasting
en (inhouding) van dividendbelasting. Het regime van dit nieuwe type beleggingsinstelling
beoogt het Nederlandse vestigingsklimaat voor beleggingsinstellingen te
verbeteren. Daarnaast biedt de vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) interessante
mogelijkheden voor de directeur-grootaandeelhouder met een zogenoemde
kasgeldvennootschap. Bespreek met uw adviseur of de vbi iets voor u is.
Belastingplan 2008 en Wetsvoorstel overige fiscale maatregelen 2008
Op Prinsjesdag (18 september 2007) heeft het kabinet de Miljoenennota 2008 gepresenteerd
en het Belastingplan 2008 aangeboden aan de Tweede Kamer. Het Belastingplan
2008 bestaat hoofdzakelijk uit twee wetsvoorstellen: het Belastingplan zelf en het Wetsvoorstel overige
fiscale maatregelen 2008. Dit jaar staan de voorgestelde fiscale maatregelen in het teken
van verbetering van de arbeidsparticipatie en van een verdergaande vergroening van het
belastingstelsel. Veel voorgestelde maatregelen treden, als zij worden aangenomen, in
werking op 1 januari 2008. Er zijn echter ook maatregelen die op een latere datum in
werking treden, bijvoorbeeld op 1 januari 2009. Hieronder zijn in het kort enkele in het
oog springende voorstellen opgenomen. Raadpleeg uw adviseur indien u toelichting
wenst op een of meer voorstellen.
- Verruiming fiscale doorschuifregeling
Verruiming van de fiscale doorschuifregeling bij staking van de ene onderneming en
het starten van een nieuwe onderneming door de ondernemer. Budgettair wordt dit
onder andere gecompenseerd door het laten vervallen van de meewerkaftrek en door
de bedragen voor de zelfstandigenaftrek in 2008 maar voor de helft te indexeren.
- Aanpassing eigenwoningforfait
Aanpassing van het eigenwoningforfait vanaf 1 januari 2009 voor huizen met een
WOZ-waarde boven € 1.000.000. Voor het eigenwoningforfait geldt voor 2007 een
plafond van € 9.150. Dit correspondeert met een WOZ-waarde van € 1.663.636.
Voor woningen met een WOZ-waarde boven dat bedrag geldt nu hetzelfde vaste
maximum. Vanaf 1 januari 2009 wordt dit plafond losgelaten. Daarnaast wordt een
hoger percentage van 2,35 ingevoerd ter vaststelling van het eigenwoningforfait
voor woningen met een WOZ-waarde hoger dan € 1.000.000. Dit geldt echter
alleen voor het deel van de waarde dat uitgaat boven de € 1.000.000.
- Inhoudingsvrijstelling dga
Invoering van een peildatum voor de heffingsplicht van de dga. Het loon van een
dga die enig werknemer is van zijn bv, zou vanaf 2008 niet langer belast zijn met loonheffing
maar alleen nog met inkomstenbelasting. Een keer per jaar zou bepaald worden
of er andere werknemers in dienst zijn. De situatie op deze peildatum is beslissend
voor de vraag of het loon van de dga dat jaar onder de loonheffing valt of (alleen)
onder de inkomstenbelasting. Als peildatum geldt de datum van 1 januari van het
desbetreffende kalenderjaar. Als de arbeidsrelatie met de dga echter na 1 januari
wordt aangegaan, zal die aanvangsdatum als peildatum gelden voor het lopende
kalenderjaar. Onlangs heeft de belastingdienst besloten deze wijziging op te schorten tot
waarschijnlijk 1 januari 2009. De zogenoemde doorbetaaldloonregeling blijft verder onder voorwaarden
van voor de dga-enig werknemer. Gezien het hoge rentepercentage
dat de fiscus hanteert, is het aan te raden (om als de regeling doorgaat per 1 januari 2009) over 2009
een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premies Zorgverzekeringswet aan te vragen (indien niet al reeds
door de fiscus opgelegd). Raadpleeg tijdig uw adviseur.
- Bijtelling privégebruik auto
Voor zeer zuinige auto's van de zaak wordt de fiscale bijtelling verlaagd van ten
minste 22% naar 14%. Voorwaarde is dat de CO2-uitstoot van de zuinige auto niet
hoger is dan 95 gram per kilometer voor een auto die op diesel rijdt. Voor een auto
die niet op diesel rijdt mag de CO2-uitstoot niet hoger zijn dan 110 gram per kilometer.
Voor andere auto's van de zaak gaat de fiscale bijtelling echter omhoog van
ten minste 22% naar ten minste 25%.
- Milieumaatregelen auto
De belastingdruk op auto's wordt (meer) afhankelijk van de mate van vervuiling.
Voor niet zuinige auto's wordt een verhoging voorgesteld van de bpm, inclusief
een CO2-toeslag. Voor zeer zuinige auto's wordt echter een verlaging voorgesteld
van de bpm en een halvering van het tarief van de Motorrijtuigenbelasting.
- Aanpassingen vennootschapsbelastingtarieven
Aanpassing van de MKB-tarieven in de vennootschapsbelasting. De eerste twee
schijven in de vennootschapsbelasting – de zogenoemde MKB-tarieven – worden
in 2008 verlengd. De eerste schijf van 20% wordt verlengd van € 25.000 naar
40.000. De tweede schijf wordt verlengd van € 60.000 naar € 200.000.
Het tarief in deze schijf gaat omlaag van 23,5% naar 23%.
- Woningcorporaties
Integrale belastingplicht van woningcorporaties voor de vennootschapsbelasting.
Voor hun commerciële activiteiten waren woningcorporaties vanaf 2006 al belastingplichtig.
- Onroerendezaaklichamen
Op het gebied van de overdrachtsbelasting zijn voorstellen gedaan ter bestrijding
van constructies die de heffing van overdrachtsbelasting beogen te vermijden bij
de overdracht van aandelen in zogenoemde onroerendezaaklichamen.
- Inkoop van aandelen
Versoepeling van de inkoopfaciliteit in de dividendbelasting. Daarnaast zal de
teruggaafregeling dividendbelasting voor fiscale beleggingsinstellingen vervallen.
Ter vervanging daarvan zal een afdrachtvermindering worden ingevoerd die ook
zal gelden voor buitenlandse bronheffingen.
- Verpakkingenbelasting
Invoering van een belasting op verpakkingen, geheven bij de producent of importeur
van de (producten in de) verpakking. Doel van deze belasting is een vermindering
van het aantal verpakkingen en een verschuiving naar verpakkingsmaterialen met
een minder schadelijke invloed op het milieu. Per materiaalsoort wordt een eigen
tarief vastgesteld.
Overige plannen
• Versobering buitengewone-uitgavenregeling. De standaardpremie en de inkomensafhankelijke
bijdrage van de zorgverzekering zijn niet langer aftrekbaar.
Tegelijkertijd wordt de inkomensafhankelijke drempel voor de buitengewone
uitgaven verlaagd van 11,5% naar 1,65% van het verzamelinkomen.
• Stapsgewijze afbouw uitbetaling algemene heffingskorting aan de niet of
weinig verdienende partner in een periode van vijftien jaar. Uitzonderingen
worden gemaakt voor gezinnen met een kind van vijf jaar of jonger en voor
partners die zijn geboren voor 1 januari 1972.
• Versterking inkomensafhankelijkheid van arbeidskorting en aanvullende
combinatiekorting.
• Pensioengevend loon afgetopt op maximaal € 185.000 geïndexeerd, verminderd
overeenkomstig de deeltijdfactor, daarboven niet langer fiscaal gefaciliteerd.
• Vervallen van vrije vergoeding/verstrekking van kosten van ziekte, invaliditeit en
bevalling buiten het basispakket Zorgverzekeringswet.
|